Het taboe dat depressie heet

Tekst en foto’s: Gerry Bongers

Het taboe omtrent depressies is nog zo groot. Er zijn maar weinig mensen die erbij betrokken willen raken. Onwetendheid, angst, het niet willen weten en de gedachten dat een depressie toch niet overgaat, zullen daar zeker debet aan zijn. Dat voelt eenzaam en erg verdrietig voor degene die aan de depressie lijdt.

Toen ik 40 jaar oud was, ben ik na een veel te drukke tijd, door werk in combinatie met mijn opleiding als bibliothecaresse en de zorg voor twee kleine kinderen, in een fikse depressie terecht gekomen. Het was mijn eerste depressie. Na 10 jaar is op mijn 50e de diagnose vastgesteld: bipolaire stoornis type II. Mijn hypomanische periodes zijn te doen, maar de zeer donkere perioden waren een hel.

20140429_121537

Nu acht jaar later zijn, door medicatiegebruik en de vele therapieën die ik heb gevolgd, de scherpen kanten eraf maar mijn depressies zijn nog altijd heftig. Ook voor mijn omgeving. Ze zien dat ik mijn best doe en hulp zoek maar mijn depressies die zich uitten in een te drukke, emotionele stemming raken ze soms beu. Uit liefde en vertrouwen blijven mijn naasten toch veel geduld voor mij opbrengen maar het is en blijft niet makkelijk om samen te leven met iemand die zo gevoelig is. Het leven van mijn man en kinderen is daar ook door veranderd. Het is als gezinslid niet leuk om steeds maar weer geconfronteerd te worden met het gevoel van onmacht, het verdriet, de woede, de verbittering en de drukte van je echtgenote of moeder. Jezelf steeds maar weer afvragen in welke stemming zij nu weer is. Ik kan er dan ook niet altijd voor mijn gezin zijn.

“Zij hebben misschien zelf geen bipolaire stoornis maar zij moeten deze ziekte ook accepteren en leren hoe je er het beste mee kan omgaan.”

Ik slik medicijnen:  Lithium en Oxazepam, medicatie voor mijn schildklier (Thyrax) en best veel paracetamol. Daarnaast heb ik al heel lang drie goede behandelaars, heb ik de nodige therapieën gehad en ben ik drie maanden opgenomen geweest om psychisch te herstellen. Desondanks word ik niet stabiel en sta ik momenteel op het punt om er nog een medicijn bij te nemen. Maar de drempel is hoog. Ik ben bang voor de bijwerkingen: gewichtstoename, huidproblemen, leverproblemen etcetera. Daarbij weet ik niet of deze extra medicatie wel zal helpen.

Momenteel ben ik bezig om enigszins grip op de ziekte te krijgen. Dit doe ik door cognitieve therapie en bewustwording van de eerste symptomen. Ook heb ik vaker een afspraak met mijn behandelaars. Het is belangrijk om vroegtijdig over je problemen te praten en niet te wachten tot het bijna te laat is. Niet alleen thuis en tegenover mijn behandelaars maar ook op het werk, bij mijn familie en vrienden wil ik mijn kwetsbaarheid niet verdoezelen.

“Praten helpt om mijn gedachten te ventileren.”

Mensen zijn niet altijd even blij met mijn openheid. Vaak wordt er niet gevraagd hoe het met mij gaat omdat ze al weten dat het niet goed gaat. Er met mij over praten wilt of durft de omgeving niet. Het is niet gezellig. Mensen hebben hun eigen sores. Ook blijft er in de omgeving die angst, onwetendheid en onmacht. Hoe ga je met iemand die psychische problemen heeft om?

Acht jaar geleden ben mijn baan als jeugdbibliothecaresse kwijtgeraakt. Sinds twee jaar ben ik gereïntegreerd via IBN (Integrale Bedrijven Noordoost-Brabant) en nu werk ik drie halve dagen met een WSW-indicatie als administratieve kracht. Gedetacheerd zijn bij een stichting draagt bij aan de kwaliteit van mijn leven. Het brengt structuur, geeft afleiding en het is fijn om collega’s om je heen te hebben. Is het mijn droombaan? Nee, maar ik ben dik tevreden. Regelmatig heb ik weer zin en plezier in wat ik doe. Langzaam leer ik deze chronische ziekte te accepteren al moet ik er hard voor knokken om steeds maar weer naar boven te krabbelen.

20150628_100845

Nu zit ik in een fase dat mijn stemming ontzettend schommelt. Het voelt als een ‘roller coaster’. De zelfmoord van de Nederlandse schrijver, dichter, essayist en columnist Joost Zwagerman die zwaar depressief was, komt behoorlijk dichtbij en er komen bij mij veel herinneringen naar boven. Het doet mij denken aan de tijd dat ik zwaar depressief was en ook zelfdodingsgedachten had. Zelfs de plek had ik al uitgezocht. Constant aan je eigen zelfmoord denken en er niet over kunnen praten voelt zo eenzaam. Het gevoel dat je een last voor je gezin bent. Je wil niet zo verschrikkelijk ziek zijn. Je wilt rust. Weer leven en niet overleven. Ik denk aan de mensen die ik ken en zelfmoord hebben gepleegd. Waarom zij wel en ik niet?

Het nieuwsbericht heeft mij, net zoals vele anderen, erg aangegrepen. Hopelijk zet deze tragische gebeurtenis de ziekte depressie op de kaart en krijgt het de aandacht die het verdiend. Ik hoop dat door middel van een goede voorlichting en door er echt samen over praten, het taboe op het hebben van een psychische aandoening vermindert.


gerrybongersMijn naam is Gerry Bongers (58). Ik ben getrouwd en werk drie halve dagen bij TechnoPromo als administratief medewerker. Je kan mij omschrijven als een gevoelig, sociaal persoon met een brede interesse zowel in politiek, kunst, andere culturen, levensvragen, natuur, enz. Graag kijk ik tv, doe aan yoga, kleien en bloemschikken. Daarbij houd ik van lezen, uiteten gaan, winkelen, wandelen en gezellig kletsen. Zelf heb ik een moestuin met een kasje. Op vakantie gaan doe ik ook graag al is dat niet meer zo ver weg.

Ik heb twee kinderen, van 23 en 26. Mijn dochter woont en studeert in Amsterdam. Mijn zoon woont thuis en heeft een baan Je zou zeggen een standaard gezin, maar door mijn bipolaire II stoornis, is dat verre van.

Graag ontvang ik goede, fijne en bruikbare tips van mensen met dezelfde type bipolaire stoornis. Lotgenoten die hypomaan zijn maar, net als ik, met depressie op de voorgrond. Ik heb nu last van allebei en dat is zeer, zeer, zeer vermoeiend.

Advertenties

Ben niet gek, ben net moeder

Tekst: Manon Valken

Met 12 weken zwangerschap mogen wij ons melden bij onze verloskundige. Vandaag gaan we het onder andere hebben over onze medische voorgeschiedenis, zodat we ons kunnen voorbereiden op eventuele erfelijke aangeboren afwijkingen. Mijn man heeft op dat vlak wel het één en ander vanuit de familie te bespreken. Maar ik? Een infectie op mijn tweede, telt dat mee? Verder? Nee, ik heb niets te noemen. Ook weinig noemenswaardigheden in de familie. 

Wat een misser van mij dat ik de kraambedpsychose van mijn moeder inclusief opname en de bipolaire stoornis van mijn tante, waarop ik als twee druppels water lijk, niet noem. Daar hebben we geen woord over gerept.

“Wisten wij veel dat de kans op een kraambedpsychose aanzienlijk hoger is als dit soort psychische ziekten in je familie voorkomen.”

De symptomen van mijn kraambedpsychose waren niet misselijk. Na de bevalling van onze baby voelde ik me fantastisch, deed ik geen oog dicht en was ik hyperactief en volledig ontremd. Tussendoor had ik ook goede momenten. Als buitenstaander was het dan ook bijna niet te zien dat ik mezelf niet was. Maar mijn man heeft flink wat telefoontjes gepleegd naar hulpverleners om zijn zorgen te uiten. Hij werd gelukkig net op tijd gehoord, nadat ik begon te hallucineren en bizar stemmingswisselend werd.

baby

Het psychiatrisch centrum waar ik werd opgenomen, heeft ook een babykamer waar plek is voor de baby’s van zieke kraamvrouwen. In het begin van de opname mocht ik onder toezicht drie voedingen aan mijn zoontje geven. De rest van de dag verzorgden de verpleegkundigen hem. ’s Avonds kwam mijn man uit zijn werk bij ons op visite. Om acht uur namen de verpleegkundigen de verzorging van ons zoontje over en nooit lang daarna ging ik met een Lorazepam en later ook Zyprexa mijn bed in. Toen ik van de gesloten naar de open afdeling verhuisde, mocht ik van ’s morgens 8 tot ’s avonds 10 uur bij mijn kindje zijn.

Na 8 weken opname mocht ik weer naar huis. Ik was als een kind zo blij, maar ook zenuwachtig. Mijn man moest gewoon werken en ik was thuis om voor ons kindje te zorgen. Dat lukt me niet. Ik was te moe en had last van angsten en sombere gedachten. Het leek alsof dat met de week erger werd.

“Van mijn psychiater begreep ik dat kraambedpsychoses wel eens worden opgevolgd door een depressie.”

Ook ik was de ongelukkige. Het hoort bij het herstel. Voor de zekerheid kreeg ik een signaleringsplan voor als het weer mis zou gaan. Die dacht ik nooit meer nodig te hebben en daar hield ik mij aan vast. Dat was mijn hoop. Een misvatting.

Een half jaar later waren er twee sterfgevallen tegelijkertijd in de familie, maar mijn leven ging rustig verder…dacht ik. Stapje voor stapje werd ik drukker in mijn hoofd en in mijn gedrag. Toen mijn man mij daarop wees, luisterde ik niet. Daarop wist hij dat hij het contact met mij aan het verliezen was. Mijn opname zat echter nog vers in mijn geheugen en dat was reden genoeg om toch naar mijn huisarts te stappen en de hulpverlening weer op te pakken.

Twee manische periodes en een depressie binnen 16 maanden resulteerde in mijn diagnose bipolaire stoornis. Tijd om op de rem te trappen. Het zou toch best handig zijn als ik die eens wist te vinden. Nu lijkt het erop dat de Lithium een rem is die bijzonder goed werkt. Het is voor mij echter nog dagelijkse koek om de balans te vinden en behouden.


Manon_ValkenMijn naam is Manon Valken. Ik houd van avonturen aangaan met mijn peuter boef Joep, lekker eten, cafeïnevrije koffie, muziek luisteren (stiekem gekke dansjes doen) en fanatieke dingen doen zoals sport. Heel mijn leven ben ik al een stuiterbal geweest, maar vorig jaar ben ik op 25-jarige leeftijd gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en ADHD. Best onhandig als je net moeder bent geworden. Het geeft niet, want het heeft ook veel voordelen, maar ik heb soms toch wel wat last van hoge pieken en dalen. Door te schrijven lukt het mij om ze een plek te geven.

book_3d_299x500

Wat ik erg fijn vind om te doen is schrijven en vertellen over de ingewikkelde kwesties, die zelfs mijn superslimme psychiater niet altijd helemaal begrijpt. Het zou leuk zijn als mijn schrijfsels lotgenoten en hun familie kunnen helpen. Daarom is mijn verhaal te koop in boekvorm ‘Ben niet gek, ben net moeder’, verhaal over kraambedpsychose, depressie en herstel. Het boek is onder andere te bestellen via mijn website: www.manonvalken.nl

Het recept voor verre reizen

Tekst en foto’s: Sandra Di Bortolo

Net als veel anderen houd ik van reizen. Azië is mijn favoriete bestemming. Maar wanneer je met een bipolaire stoornis zo’n verre reis maakt, kan dat nogal wat problemen geven. Dat begint soms al met de (positieve) spanning rondom de voorbereidingen. En een lange vlucht van tien, vijftien of meer uren vliegen gooit je stabiliteit vaak overhoop. Bovendien is een tijdverschil van vijf, zes of soms wel tien uur niet zomaar te overbruggen.

“Inmiddels heb ik samen met mijn psychiater een ‘recept’ gevonden waarmee ik zonder al te veel problemen van begin tot eind kan genieten van mijn reis…”

Op 17 april vertrok ik voor een periode van drie weken naar Vietnam. We hebben bewust gekozen voor een vlucht na de middag, zodat ik niet al te vroeg hoefde op te staan. We moesten drie uur voor vertrek aanwezig zijn op Schiphol, maar voor die tijd ons paspoort met visum nog afhalen bij de balie van ons reisbureau. Omdat het anderhalf uur rijden is vanaf ons huis, betekende dat toch dat ik om half zeven moest opstaan. Voor mijn doen erg vroeg. Ik ben zelfstandig ondernemer en kan dus zelf mijn slaaptijden bepalen. In mijn geval is dat van half elf ’s avonds tot half negen de volgende ochtend. Nachten van tien uur dus. Om mijn nacht voor vertrek niet al te veel geweld aan te doen, ben ik om half tien gaan slapen. Ik slik voor het slapen gaan altijd 100 mg Seroquel, wat bij mij meestal zorgt voor een goede nachtrust. In een vliegtuig, met een vlucht van in totaal zeventien uur, ligt dat wel een beetje anders. Slapen is dan niet meer aan de orde, zelfs niet met Seroquel.

Met mijn psychiater heb ik afgesproken dat ik  voor de nacht in het vliegtuig 2 mg Lorazepam zou slikken om de stress enigszins op te vangen en voor het slapen gaan de gebruikelijke 100 mg Seroquel met 40 mg Temazepam. Mocht ik ondanks dat toch vaak wakker worden, dan mocht ik na vier uur nogmaals 40 mg Temazepam slikken. Een stevige boost dus! De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet écht vast geslapen heb, maar ik was wel zo sloom dat de nacht ongemerkt aan mij voorbij is gegaan. Een ander probleem was het slikken van mijn stemmingsstabilisator. Normaal gesproken slik ik die bij het opstaan, maar met een tijdverschil van vijf uur is van een etmaal van 24 uur ineens geen sprake meer. Ik slik Lamotrigine, met een halfwaardetijd van meer dan 24 uur, dus dat moest ik gewoon bij het opstaan – in Nederland of in Vietnam – slikken. Bij Lithium zal dat wellicht lastiger zijn, maar dat weet ik niet.

2015-04-24 10.20.16

Op 20 april kwamen we rond de middag aan bij ons hotel. Mijn reisgenoten gingen, na zich te hebben opgefrist, Hanoi verkennen. Ik niet. Ik ben met 20 mg Temazepam en 2 mg Lorazepam gaan slapen. Voor het avondeten ben ik opgestaan en heb samen met de groep gegeten en daarna op een terras wat gedronken. Natuurlijk was iedereen moe, dus we hebben het niet laat gemaakt. Toen ik ’s avonds weer ben gaan slapen, heb ik naast 100 mg Seroquel en 20 mg Temazepam ook 5 mg Melatonine geslikt om het dag- en nachtritme sneller op te pakken. Met deze extra Melatonine ben ik nog een paar dagen doorgegaan, maar de Temazepam en de Lorazepam had ik niet meer nodig. Af en toe heb ik mezelf een extra middagslaap gegund, maar voor de rest heb ik net als mijn reisgenoten een fantastische tijd gehad. De terugreis heb ik, net als de heenreis, opgevangen met extra slaapmedicatie en Melatonine.

Het was een geweldige reis, die ik eerder zonder dit ‘recept’ niet zonder kleerscheuren doorkwam. Voor mij een perfecte oplossing die reizen mogelijk maakt. Hopelijk werkt dit voor anderen ook zo. Als je van reizen houdt, maar dergelijke problemen je in de weg staan, bespreek dit dan eens met je psychiater. Wellicht is reizen dan ook voor jou (weer) mogelijk. Goede reis!


Mijn naam is Sandra Di Bortolo. Ik ben 55 jaar en de jongste dochter van een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder. Mijn vader was al zolang ik mij kan herinneren manisch depressief, zoals een bipolaire stoornis destijds genoemd werd. Meer dan eens kwam ik uit school en hoorde dan dat mijn vader weer was opgenomen op de PAAZ. Hij viel van de ene episode in de andere, wellicht omdat de juiste medicatie destijds niet voorhanden was.

Bij mij is jarenlang gedacht dat ik depressief was. Toen ik zo depressief was dat ik letterlijk ‘klaar’ was met dit leven is het antidepressivum dat ik slikte verhoogd. En daar ging het mis. Mijn depressie sloeg om in een hypomane periode en pas toen werd duidelijk dat ik (met een manisch depressieve vader én grootmoeder) een bipolaire stoornis had. Inmiddels slik ik Lamotrigine en Seroquel, omdat ik met Lithium te veel last had van bijwerkingen en ik ondanks dit medicijn toch manisch werd. Ik voel me bij deze medicatie goed en ben nu stabiel. Slapen is voor mij het allerbelangrijkste en dát is nu juist zo lastig als je verre reizen maakt. Inmiddels is ook dat geen onoverkomelijk probleem meer zoals blijkt uit mijn bovenstaande meest recente reiservaring.