Wie ik écht ben

Tekst en foto’s: Els Zeldenthuis

Ik ben een vrouw van eind veertig en sinds 2012 in balans na een leven dat bestond uit enorme pieken en diepe dalen, veel… heel veel medicatie, opnames, therapieën en sombere vooruitzichten. Er is eens gezegd dat ik al stuiterend geboren ben. Als kind was ik erg druk. Mij concentreren en stilzitten was moeilijk. Toch had ik ook periodes dat ik me terugtrok, dan kon ik uren op mijn kamer zitten, muziek luisteren, lezen en vooral alleen zijn.

Gevoel uiten hoorde niet in die tijd, dat deed je gewoon niet. Punt.

Op mijn 16de kreeg ik voor het eerst antidepressiva. Ik was vooral moe. Later bleek het de ziekte van Pfeiffer. De medicatie haalde me totaal uit balans en gaf innerlijk veel verwarring omdat ik mezelf kwijt raakte en dat niet onder woorden kon brengen. Therapieën volgden, meer medicatie en ik ging hoe langer hoe meer ‘stuiteren’.

Mijn stemmingen wisselden elkaar steeds sneller af en een klein geluk was dat de depressies korter waren dan de hypomane episodes. Daardoor werden behandelingen afgesloten. Het ging weer goed met me. Depressie voorbij en ik voelde me goed. Dit patroon bleef en op mijn 37ste kreeg ik diagnoses waaronder de bipolaire stoornis. Eerst blij dat het een naam had. Dan een soort rouwproces want in de psycho-educatie werd duidelijk dat ik nooit kon genezen, altijd medicijnen moest slikken en onder behandeling van psychiater zou moeten blijven. Dat wilde ik niet geloven en dat was een terugkerend onderwerp in gesprekken. Ik MOEST accepteren dat dit zo was en ik moest uit die ontkenning.

Vanaf dat moment begon het drama pas echt. Balans was ver te zoeken ondanks alle medicatie, onderzoeken, second opinion, therapie, opnames enz. Ik ontregelde steeds meer, vaker en heftiger. Iedereen wees naar mij. Ik bleef in de ontkenning dat dit de oplossing was en bleef zeggen dat ik zou herstellen. Dat ik stabiel zou worden zonder medicatie. Natuurlijk zat er in mijn hoofd ook een twijfelstem want waarop baseerde ik dit? Op mijn gevoel. Maar dat werd ook overhoop gehaald door al die pillen. Dus kon ik mijn gevoel nog vertrouwen? Voelen werd iets dat steeds verder weg stond van me. Ik was aan het overleven in plaats van leven.

In januari 2012 kwam ik uit een opname en besloot dat het genoeg was. Ik stopte van de één op de andere dag met alle medicatie, stelde mijn psychiater hier netjes van op de hoogte en ging naar een klassiek homeopaat. Zij was tevens spiritueel coach wat mij aansprak want al langer had ik het idee dat er iets anders was dan de gestelde diagnoses.

 

stand-out-from-the-crowd_storyheadtwocol

Dit vermoeden leek te kloppen en er vielen toen zeer veel dingen op zijn plek. Ik voelde zeer subtiele trillingen om me heen en dat waren dus géén psychotische verschijnselen zoals ze eerder genoemd werden. Ook nam ik bijvoorbeeld stemmingen van anderen over en ik leerde me daarvoor af te schermen. Ik leerde om juist wél te voelen, om juist wél alles toe te laten wat zich in mijn lijf en hoofd afspeelde. En ik leerde hoe ik daarmee om kon gaan. In combinatie met klassieke homeopathie kwam er in zeer korte tijd balans in mijn leven. Ik ging weer voelen. Door de medicatie was dit zo onderdrukt dat ik het min of meer opnieuw moest leren. Het was een pittige tijd en toch wist ik dat dit mijn redding was, mijn kans op balans. Ik ben zeer gevoelig en dat hoeft niet onderdrukt te worden. Juist niet want dat maakte het alleen maar erger. De prikkelgevoeligheid mag er zijn en daarmee leren omgaan maakt het verschil tussen last en kracht.

Ik leefde lange tijd vooral in mijn hoofd en was daardoor het contact met mezelf kwijt. Overleven in plaats van leven. Ik ging weer naar feestjes en hield dan rekening met extra rust vooraf en nadien. Ik leerde mild te zijn voor mezelf door extra rustmomenten in te bouwen wanneer ik voelde dat ik dat nodig had. Dat leren herkennen en dan erkennen heeft mijn leven veranderd. Ik ben liefdevoller naar mezelf geworden en neem mezelf serieus.

Alles wat ik voel is waar, is echt en het mag er ook zijn. De depressies en manieën waren een gevolg van onderdrukken van gevoel en leven vanuit mijn gedachten. Ver weg van mezelf dus. Dat gevoel zich niet laat onderdrukken is nu wel duidelijk voor me. De angst om het aan te gaan, kan al zorgen voor een dip. En dat is ook gevoel, dat klopt, maar dat is meer een ontkenning, vlucht en vechtmechanisme. Tijdens een manie hoefde ik niks met mijn echte gevoel, want het ging prima. Tijdens depressies ook niet, want dan moesten ze me gewoon met rust laten en was ik vooral slachtoffer.

dandelion

Dat laatste is nog steeds belangrijk om te voelen voor me. Ik ben géén slachtoffer en ten alle tijden verantwoordelijk voor mijn eigen geluk, balans en leven in alle opzichten. Ik bepaal wat ik voel, wat ik denk en hoe ik omga met alles dat op mijn pad komt en niemand anders.

Ik herken nu ook wanneer ik minder in mijn lijf zit en mijn, vaak nog negatieve gedachten, de boventoon laat voeren. Terug in mijn lijf dus. Aarden. Veel de natuur in. Ademen. Rust en keuze maken of ik wil vluchten, vechten of accepteren. Accepteren van voelen en de angst om het aan te gaan is vaak vele malen groter dan het echte voelen. Ik ben enorm dankbaar voor de begeleiding die ik ook nu nog heb van iemand, die me steeds dichter naar mezelf brengt, wie ik écht ben en niet de persoon die ik zoveel jaren dacht te zijn. Leven vanuit mijn kracht, diezelfde kracht die ik in 2012 kon voelen en inzetten om mijn weg te gaan waarvan ik diep van binnen wist dat die de juiste was.  Een persoon die me alleen ziet al mens, voorbij welk label dan ook. Zo mag en kan ik mezelf nu ook zien, als mens…zonder etiket. Ik ben in balans zonder medicatie.

Eindelijk kan ik voluit zeggen: IK LEEF.


14333786_909173035853586_5053870864723065525_n

Ik ben Els en woon sinds 1993 met mijn vriend in de mooie Achterhoek. We hebben een zoon van 20 jaar, twee katten en een hond: mijn maatje, mijn alles. Dieren en natuur in alle facetten speelt een heel belangrijke rol in mijn leven.

Advertenties

Hoe kracht, vertrouwen en liefde mij bracht waar ik nu ben

Tekst: Huub Hendriks

Toen ik in 1974 een eerste opname van 14 maanden met vele psychoses moest doorstaan, kon ik nooit vermoeden dat dit het einde van mijn werkzame leven zou zijn. Ik heb het geluk dat ik een echtgenote heb die al die jaren achter mij stond en mij nooit in de steek heeft gelaten. Mijn lijfspreuk die ik later tijdens voorlichting gebruikte was: ‘Ik heb de ziekte en mijn vrouw heeft het kruis’.

In de jaren na mijn opname had ik last van enorme stemmingswisselingen die een grote wissel in ons gezin trok. Ook was ik geregeld depressief maar de meeste tijd was ik manisch. Tientallen opnames zouden nog mijn deel worden en bijna altijd werd ik psychotisch opgenomen. Vaak maanden lang.

Ook heel wat medicatie passeerde de revue maar in het begin heeft niets echt geholpen. Heel wat psychiaters en hulpverleners hebben we samen aan de kant gezet omdat we de kracht vonden om goed voor onszelf op komen. Ik raad ook iedereen aan dat als een hulpverlener niet bij je aansluit of niet op een lijn met je zit, wissel dan van behandelaar. Zorg dan eerst voor een intakegesprek op een andere plek want uiteindelijk moet jij er niet voor de psychiater zijn maar hij of zij voor jou.

Ook durfden we risico’s te nemen onder het mom ‘niet geschoten is altijd mis’. In overleg werd er vaak aan de medicatie gesleuteld om me op een zo laag mogelijke dosering te krijgen. Ook wisselden we vaak van medicatie. Iets wat ook wel eens verkeerd uitpakte. Vaak moesten we gedwongen wisselen omdat ik een medicijnvergiftiging had. Dan begon opnieuw de zoektocht.

In 1980 begon de eerste fase van herstel. Ik ging bij de Koepel van Limburgse cliëntenraden en werd RIAGG cliëntenraad voorzitter. Ik leerde de gevoelens van medecliënten op waarde te schatten en kon hun belangen zo goed mogelijk behartigen. Dit deed ik anderhalf jaar lang. Op het RIAGG voelde ik mij als een vis in het water. Tussendoor volgde ik samen met mijn vrouw nog een psycho-educatiecursus die ons enorm veel inzicht gaf in mijn manisch depressieve stoornis.

baggage

Op het RIAGG kon ik mij erg positief ontwikkelen. Er kwam een gedichtenbundel genaamd ‘Eindelijk is de pijn gedicht’. Ik begon met het schrijven van mijn eerste boek ‘De brand in mij’. Ook ging ik Client Recht en Ethiek studeren aan de universiteit van Maastricht en maakte deze studie ook af. Dit alles zou als bagage dienen voor de, zo als ik het noemde, volle rugzak van mijn psychisch leven. Ook kwam ik in aanraking met de VMDB waar ik nu al 21 jaar lang lid van ben en waarvoor ik heel wat taken doe. Onder andere bemens ik, al even lang dan als ik lid ben, de Landelijke Lotgenotenlijn en geef voorlichting aan studenten, jonge huisartsen in opleiding en sinds kort op de Nederlandse Politie Academie. Verder schrijf ik heel veel in onze Plusminus en op twee websites. Verder geef ik nog geregeld lezingen.

“Ik ben heel erg voor openheid over onze stoornis.
Alleen zo kun je vooruitgang boeken.”

Ontwikkel jezelf. Wees niet te streng voor jezelf en bedenk dat na iedere tegenslag de zon weer gaat schijnen. Net zoals onze stoornis zelf met haar ups en downs. Vaar verder op veel gebieden je eigen koers. Laat je gevoel en inzicht je hierbij helpen. Als je een persoon bent die beschadigd is tijdens je leven waardoor je weinig zelfvertrouwen bezit en een laag zelfbeeld hebt. Bijvoorbeeld de neiging om je negatief gevoel boven je positief gevoel te laten prevaleren. Dan heb je het extra moeilijk in deze keiharde maatschappij. Bedenk dat niemand onbeschadigd zijn jeugd doorkomt. Ook bij mij bleek dat mede de aanzet tot mijn stoornis.

Bij ons thuis heb ik nooit echte liefde warmte en genegenheid mogen ervaren. Verder speelde erfelijkheid ook een grote rol. Wel heb ik geleerd in mijn leven, hoe moeilijk het ook was, om niet alles te accepteren. Vooral in de hulpverlening gaan er wel eens dingen mis. Hoe goed ze ook bedoeld worden. Zoek daarom net zolang tot je iemand vindt waarvan je kunt zeggen: “Zo dit is mijn hulpverlener voor het leven.” Iemand waar je altijd op terug kunt vallen en iemand die zich 100% voor je inzet.

Nu na 41 jaar gedwongen met de stoornis te hebben moeten leven, durf ik rustig te stellen dat ik mijn leven op de rails heb. Alhoewel een stemmingswisseling altijd nog om de hoek kan komen kijken. Al meer dan 12 jaar heb ik ook geen psychose meer gehad. Ik ben verder erg medicijntrouw en drink weinig of geen alcohol. Wel heb ik me aangeleerd de dingen te doen die ik leuk vind. Hierdoor ben ik ook erg gelukkig. Vooral het werk aan de Landelijke Lotgenotenlijn van de VMDB en het geven van voorlichting geven mij heel veel voldoening in mijn leven. Mijn leven… dat hierdoor ook een enorme meerwaarde heeft gekregen.


 

2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

Een dochter! En ook nog een bipolaire stoornis…

Tekst: Anne de Leeuw

2015 was voor mij een topjaar. Echter, het vormt een groot contrast met de voorafgaande jaren, waarin mijn leven volledig op zijn kop kwam te staan.

In mei 2013 ben ik bevallen van een dochtertje en deze gebeurtenis betekende het begin van een heftige, maar bijzondere periode in mijn leven. Ongeveer drie maanden na haar geboorte kreeg ik een manische psychose. Ik werd opgenomen in een psychiatrische kliniek. Daar kwam ik enigszins tot rust. Ik kreeg medicijnen, de psychose ging voorbij en tweeëneenhalve week later keerde ik huiswaarts met de diagnose van bipolaire stoornis.

Inmiddels is dit ruim tweeënhalf jaar geleden en ondanks alle ups en downs tussen toen en nu kan ik met recht zeggen dat ik de ‘nieuwe oude’ ben: Anne 2.0.

Toen ik in de zomer van 2013 in de kliniek mijn diagnose aanhoorde, voelde ik opluchting. Ik dacht: eindelijk heeft het een naam waar ik al mijn halve leven tegenaan loop. Maar toch was het voor mij slechts een opgeplakt etiket.

“Ik verzette me ertegen en overtuigde mijzelf ervan dat het een eenmalige kraambedpsychose was en dat er verder niets met mij aan de hand was.”

Om dat te bewijzen stopte ik met het slikken van Lithium, wat ik inmiddels ruim een jaar deed. Eind 2014 was de afbouwfase afgerond en nam ik mijn laatste tablet. Rond die tijd was ik ook zo’n 20 kilo aan gewicht kwijt, dat ik er door medicijngebruik en de zwangerschap bijgekregen had.

Het gevoel van euforie maakte niettemin plaats voor aanhoudende gedachtestromen. Een hypomane episode ontpopte zich, gevolgd door opnieuw een manie. Zo belandde ik voor de tweede keer in dezelfde psychiatrische kliniek als anderhalf jaar eerder.

Emotioneel gezien stortte ik compleet in en ik had grote moeite met het nemen van het paardenmiddel waarvan ik eerder onder andere zo dik werd.”

Het was voor mij glashelder dat ik op vrijwillige basis was opgenomen. Ik wilde alleen maar rust en weer thuis zijn. Daarom bleef ik deze keer, tegen het advies van de psychiater in, maar een etmaal in de kliniek. Dat bleek genoeg te zijn.

2015 diende zich aan en ik kwam weer enigszins tot rust. De recente manie vormde voor mij dé bevestiging dat de door mij zo gehate diagnose toch klopte. Maar er was mijns inziens nog een heleboel te onderzoeken. Ik wilde zoveel mogelijk van de bipolaire stoornis weten, wat manisch-depressief zijn voor impact kon hebben op mijn leven en vooral hoe ik er zelf mee om moest gaan. Maar alles op zijn tijd. Ik heb niks overhaast en stapje voor stapje gewerkt aan mijn herstel. Ik heb alles in de strijd gegooid om mijzelf opnieuw te leren kennen. Ik ontdekte weer waar ik voor sta en wat ik belangrijk vind in het leven. Ik ontwikkelde weer een positief zelfbeeld en mijn zelfvertrouwen werd opgekrikt.

Het leek wel alsof er een deurtje in mijn hoofd openging waarachter alle essentiële data lagen opgeslagen. Ik moest ze alleen even afstoffen en nieuw leven inblazen.”

Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ondertussen moest ik er natuurlijk ook zijn voor mijn gezin. Maar het is meer dan goed gekomen. Behalve het schrijven van mijn boek Alles is een liedje was sporten voor mij van wezenlijk belang. Ik wilde me dolgraag weer fit voelen en blij zijn met mijn lichaam. Mijn doel was 10 km onafgebroken hardlopen. Door het rustig op te bouwen heb ik dat inmiddels weten te realiseren. Daarnaast hebben mindfulness-oefeningen en yoga voor rust en ruimte in mijn hoofd en lichaam gezorgd. Verder heb ik mij laten inspireren door de trend van het minimaliseren. Ik heb veel overbodige ballast overboord gegooid, variërend van bergen kleren en stapels verstofte tijdschriften tot overbodige meubels, boeken, foto’s en nog zoveel meer. Het deed me erg goed. Wat ik belangrijk vond werd weer zichtbaar – zowel letterlijk als figuurlijk. Door het opruimen liep het schoonmaken ook veel beter.

Kortom, ik kreeg geleidelijk aan weer overzicht over mijn leven. Ik voelde dat ik iets met mijn ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg moest doen. Om deze reden heb ik inmiddels de Basiscursus Ervaringsdeskundigheid afgerond om van daaruit verder te kijken naar mogelijkheden voor betaald werk op dit gebied. Ik ben blij dat ik deze stap heb kunnen zetten. Het vormt het begin van een nieuwe uitdaging!


annedeleeuw

Mijn naam is Anne de Leeuw (pseudoniem). In 1981 zag ik het levenslicht. Mijn grootste passies zijn pianospelen, wandelen, reizen en creatief zijn door onder meer te schrijven. Net voordat ik 32 werd, kreeg ik na de bevalling van mijn dochtertje een manische psychose en werd ik gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis.

Wat mij enorm geholpen heeft in mijn herstel is het schrijven van mijn autobiografische boek Alles is een liedje, mijn beleving van een manische psychose na de kraamtijd. Hierin beschrijf ik uitgebreid hoe het steeds drukker werd in mijn hoofd, hoe ik langzaam in een psychose raakte en gedwongen werd opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek. Mijn verblijf daar komt tot in de kleinste details aan bod. Tevens vertel ik over mijn herstel na de opname en hoe ik mijn leven weer heb kunnen oppakken. Ik hoop dat lotgenoten en betrokkenen kracht putten uit mijn verhaal. Verder is mijn boek ook zeer interessant voor GGZ-medewerkers.

Allesiseenliedje

Voor meer informatie over het boek en het plaatsen van bestellingen kun je met mij contact opnemen per e-mail: allesiseenliedje@gmail.com.

Van klacht naar KRACHT!

Ups & Downs, maart-april-mei 2016

“Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.”

Dat was dé slogan die in mijn pubertijd regelmatig op de Nederlandse radio en TV langskwam. En zoals mijn vrienden en vriendinnen bereidde ook ik mij voor op een mooie toekomst met een aantrekkelijke baan. Ik wilde journaliste worden of in ieder geval iets in de communicatie want ik houd van schrijven.

Na de basisschool ging ik naar de HAVO (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs), waar ik in een weekend tijdens het uitgaan in een Middelburgs café mijn huidige man leerde kennen. Ik zat toen in het 4e jaar en had nog een jaar te gaan voor mijn examen. Hij werd verliefd op een spontane en enthousiaste jonge meid volop toekomstplannen. Ik werd aangetrokken door de rust die hij uitstraalde.

Na het eindexamen koos ik voor een opleiding Communicatie aan de Hogeschool Zeeland zo’n 10 kilometer van mijn ouderlijk huis. Tijdens deze vierjarige studie liep ik een half jaar stage op een PR-afdeling van een grote scheepswerf, studeerde zes maanden in het buitenland (Frankrijk) en deed als afstudeerproject een half jaar onderzoek bij een onafhankelijk kennisinstituut, TNO in Den Haag. Op 23-jarige leeftijd was ik voldoende voorbereid op het bedrijfsleven en ontving met veel trots mijn einddiploma.

Drie op een rij
Het leven lachte mij toe en ik lachte terug. Mijn vriend en ik verhuisden vanuit het rustige Zeeland naar een drukke stad ergens tussen Rotterdam en Amsterdam. Al snel kreeg ik een interessante baan binnen mijn vakgebied bij Defensie. Ik was ambitieus en legde de lat voor mijzelf erg hoog. Na twee en een half jaar hard werken en veel reizen binnen deze grote organisatie, was het lachen mij deels vergaan. Ik kreeg erge spier- en spanningsklachten en voelde mij plotseling ontzettend onzeker over mijn kwaliteiten. Maar ik was toch niet ziek? Het enige wat ik wilde was rust in mijn lijf en omdat het niet in mij opkwam mijzelf ziek te melden, nam ik ontslag.

Eerste psychose
En ik nam een hond. Thuis volgde een heel ander dagritme. Ik had veel vrije tijd en maakte lange wandelingen met onze viervoeter. Het leven lachte mij weer toe en ik lachte hard terug. Misschien een beetje té hard. Eind dat jaar kreeg ik mijn eerste psychose. Ik was 25 jaar. “Dat kan iedereen gebeuren”, zei de huisarts. Na deze manische ontsporing volgde een depressie. Het koste mij enkele maanden herstel. Ik ging weer aan het werk. Dit keer als communicatiemedewerker bij een gemeente. Ik had het geluk weer gevonden en raakte ook nog zwanger. Mijn leven kon niet meer stuk. Tenminste dat dacht ik.

Tweede psychose
Mijn tweede manische psychose begon in de 7e maand van mijn zwangerschap. De diagnose luidde: bipolaire stoornis en was ook goed te verklaren door de hevige stemmingswisselingen die ik achteraf gezien tijdens mijn puberteit en als student had. Ik werd in de 8e maand van mijn zwangerschap ingesteld op Lithium. De variant met gereguleerde afgifte: Priadel. Op medische indicatie beviel ik in het ziekenhuis van een dochter. Het ging gelukkig allemaal goed met haar. We kozen voor de naam: Fabiënne. Klinkt als ‘ça va bien’. En na enkele maanden ging het met veel hulp en zorg van familie, ook weer goed met mij. Ik pakte mijn baan als communicatiemedewerker weer rustig op. Dit keer parttime want ik had inmiddels wel geleerd dat ik met mijn diagnose activiteit en rust goed moet afwisselen om in de toekomst stabiel te blijven.

We waren een ‘happy family’. Toen mijn man een andere baan in Zeeland kon krijgen zijn we, ongeveer anderhalf jaar na mijn bevalling, weer teruggekeerd naar onze thuisbasis. Naar de rust van het strand en de zee maar ook vooral dichter bij onze hulptroepen. Naar de oma’s en opa’s die mij op zijn tijd in slechtere periodes konden ontlasten van mijn zorg als moeder.

Door deze verhuizing raakte ik mijn leuke baan kwijt en kwam als werkzoekende thuis te zitten. Na één jaar intensief solliciteren kreeg ik een baan naar mijn hart als webredacteur waar ik mij met veel enthousiasme instortte. Die zomer dat ik met mijn nieuwe baan begon, was het extreem warm en als bijwerking van de Lithium begon mijn schildklier traag te werken en maakte onvoldoende thyroïd aan, een zogenaamde hypothyroïdie. Hierdoor maakte mijn hypofyse, de dirigent van ons hormonale orkest, overuren.

Derde psychose
Een derde psychose volgde inclusief twee maanden opname waarvan vier dagen in de isolatiecel. Wij kennen het gezegde “Drie keer is scheepsrecht”. Deze manische psychose was gelukkig de laatste op een rij maar ik werd wel volledig afgekeurd. Deze slimme meid die op haar toekomst was voorbereid, kwam als arbeidsongeschikte, bipolaire huismoeder thuis te zitten. Door de nodige medicatie om mij stabiel te houden, anderhalf jaar deeltijdbehandeling en het volgen van een psycho-educatie cursus leerde ik langzaam omgaan met mijn psychische beperking. Ik ging life-charts invullen en met hulp van mijn man en behandelaar ben ik een noodplan gaan schrijven en de beginsignalen van mijn manie’s en depressies gaan benoemen.

Zingeving heeft zin
Wij mensen zitten ingewikkeld in elkaar maar ook het leven kan gek lopen. Je kan maar beter niet teveel verwachtingen hebben dan kan het alleen maar meevallen. Ik kon het moeilijk verkroppen dat mijn carrièredroom in duigen was gevallen. Terwijl mijn studiegenoten zich een weg omhoog klommen, was ik keihard naar beneden gevallen. En dat deed zeer! Het heeft lang geduurd voordat ik mijn kwetsbaarheid kon accepteren. Vanaf ons vijfde jaar zijn we leerplichtig en staat ons leven in het teken van jezelf ontwikkelen voor de toekomst. Waren al die jaren studie en werkervaring voor niets geweest?

pigeons-569112_640

Na alles wat ik heb meegemaakt, weet ik één ding. Naast voldoende ziekte-inzicht, minimale medicatie, steun van betrokkenen en de benodigde therapie is zingeving zo ontzettend belangrijk voor herstel. Het gevoel dat je van waarde bent voor de maatschappij. Dat mijn leven, naast mijn moederschap, zin heeft. Wij hebben als psychiatrisch patiënt misschien hulp nodig van anderen maar wij hebben het ook nodig om er zelf voor de ander te kunnen zijn. Om zelf voldoening te krijgen door het helpen van anderen. Met als positief gevolg dat je eigenwaarde weer volop gaat groeien en bloeien. We moeten stoppen met onszelf continu focussen op wat wij niet meer kunnen. Ons bipolaire brein heeft last van stemmingswisselingen maar dat betekent niet dat we niets meer kunnen betekenen voor de maatschappij. Over het algemeen zijn wij, mensen met een bipolaire stoornis behoorlijk creatief en kunnen goed buiten de box denken. In depressieve tijden zijn wij misschien tot weinig in staat maar daarentegen komen in goede tijden onze kwaliteiten naar boven. De kunst is om tussen die perioden onze energie te leren doseren zodat de pieken niet zo hoog zijn en de dalen niet zo diep.

Door de zingeving komt men tot herstel
Achteraf gezien is mijn studie niet voor niets geweest. Eind vorig jaar heb ik op 40-jarige leeftijd mijn schaamte opzij gezet en de moed gevonden om openheid te geven over mijn kwetsbaarheid. Ik heb mijn communicatieve vaardigheden gebruikt voor het maken van een kennis- en ervaringssite over de bipolaire stoornis: www.petraetcetera.nl. Waarom deze naam? Ik heet Petra, ik heb een psychische gevoeligheid maar ik ben zoveel meer. Ik ben een dochter van twee lieve ouders die altijd voor mij en mijn gezin klaar staan; een vriendin die houdt van een goed gesprek; een aardige buurvrouw en eigenaar van een gezellig huis. Misschien een ex-communicatieadviseur maar ook echtgenote van een man die mij met respect behandelt, mijn eigen keuzes laat maken en mij van fouten laat leren; cliënt (en soms patiënt); moeder van twee prachtige kinderen en baasje van een eigenwijze teckel. Om mijn leven verder zinvoller te maken ben ik ook regiocontactpersoon van de Nederlandse Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen en ambassadeur van het Fonds Psychische Gezondheid.

Website
Met deze website wil ik andere mensen die nog vechten tegen een psychische ziekte inspireren en motiveren. Naast allerlei informatie kun je op de site gratis downloads vinden van brochures en boeken plus links om films online te bekijken. Verder is deze website een podium voor het delen van ervaringen. Verhalen van mijzelf maar ook die van andere lotgenoten, betrokkenen en behandelaars met als doel om (zelf)stigma tegen te gaan.

Tegen patiënten zou ik willen zeggen: Stop met vechten tegen je psychische ziekte en leer je gevoeligheid kennen. Praat erover want een gesprek met een ander is een kennismaking met jezelf. Openheid over je kwetsbaarheid kost moed maar geeft uiteindelijk heel veel KRACHT!

Petra d’Huy

De weg die herstel heet

Tekst: Romana Slagboom

Aan het begin van mijn weg naar herstel was ik compleet door mijn ziekte overrompeld. Ik wist niet wat er met mij gebeurde. Ik was bekend met angst maar niet met alle bijverschijnselen die mij nu plotseling overvielen. Ik zag dingen die er niet waren, hoorde gesprekken waar ik toch echt alleen was en mijn lichaam leek niet meer te functioneren. Ik voelde zoveel tegelijkertijd dat ik de individuele emoties niet meer kon onderscheiden. Ik was in de war, begreep niet wat er met mij aan de hand was en ik was wanhopig want wat nu? Hoe moest ik verder als ik zelfs mijzelf en mijn eigen lichaam niet meer kon vertrouwen? Hierop ging ik in de wachtstand en was ik tot niet veel meer in staat dan ademhalen. Ik heb aan de bel getrokken bij de GGZ en werd niet gehoord. Ook omdat ik niet in staat was om mijn klachten goed en duidelijk te verwoorden.

butterfly-730430_640

In de tweede fase van mijn herstel, zoals ik die nu herken, kon ik weer wat helderder denken. Er was nog een enorme angst voor een terugval maar ook het besef dat ik hulp moest zoeken. Toen ik eenmaal wist wat er met me aan de hand was, dat ik een bipolaire stoornis had, ben ik gaan vechten om beter te worden. Ik ging genezen dat wist ik zeker. Mijn ziekte verklaarde dan misschien mijn verleden maar zou zeker geen plaats hebben in mijn toekomst. Ik kon niet accepteren dat ik misschien altijd klachten zou blijven houden. Ik schaamde me, voelde me een zwakkeling en vertelde niemand over mijn problematiek. Want , zo redeneerde ik: “ik word toch weer beter?” Wie weet zouden mensen in mijn omgeving mij altijd blijven zien als het meisje dat psychische problemen heeft gehad. Dat wilde ik niet. Ik projecteerde mijn zelfstigma en angst op mijn omgeving en gaf zo niemand de kans mij te steunen.

Zo ging het even beter, met af en toe een terugval. “Maar dat is ok”, zei mijn behandelaar. Tot ik wederom gevloerd werd door mijn klachten. Dat was het moment dat ik besefte: “ik word niet beter.” Ik kan blijven vechten maar ik denk dat ik beter af ben als ik leer om met mijn ziekte te leven. Misschien kon ik dan ook echt gaan leven want het gevecht kostte mij bakken met energie. Het leverde mij niets op behalve een gevecht tegen een onzichtbare vijand. Een gevecht die ik ooit hoopte te gaan winnen. Langzaam maar zeker ben ik gaan ontdekken wat mijn leven leuk en waardevol maakte. Daarnaast ben ik een plan gaan schrijven voor een eventuele terugval. Wat kan ik doen? Wat kunnen mijn naasten doen? Wat werkt en wat niet? Ik ben gaan lezen over mijn ziekte die ik langzaam maar zeker ‘mijn kwetsbaarheid’ ging noemen. Ik las over medicatie en behandelingen en realiseerde me dat mijn ziekte ook echt MIJN ziekte was.

“Een andere patiënt kan dezelfde ziekte heel anders beleven.”

Dat was belangrijk voor me, omdat het betekende dat mijn herstelproces ook het MIJNE was. Ik mocht de regie nemen, experimenteren en mijn eigen weg gaan bewandelen. Doodeng maar ook heel bevrijdend. Ik hoefde niet langer te vechten tegen de ziekte. De ziekte werd een deel van mij. Mijn kwetsbaarheid. Ik werd dan wel niet beter, maar dat betekende niet dat mijn leven niet beter zou gaan worden.

Sinds lange tijd heb ik gezegd dat ik iets met mijn ervaringen wilde gaan doen. Maar wat dat ‘iets’ zou zijn werd pas duidelijk toen ik startte met de cursus ‘Samen Deskundig’. Dat ‘iets’ van mij bleek een functie: die van ervaringswerker. Ik had een doel!

In mijn contact met lotgenoten en gelijkgestemden voel ik me geaccepteerd om wie ik ben. Een ervaring die me het zelfvertrouwen heeft gegeven om niet meer te zwijgen over mijn kwetsbaarheid. Met schaamte doe je jezelf enorm tekort. Het maakt je ziek naast je ziekte. Eenmaal uit de kast viel er een last van mijn schouders. Eindelijk mocht ik mezelf zijn. Ik hoefde niet meer bang te zijn dat mijn geheim zou uitkomen.

Eerlijk gezegd heb ik vrijwel geen negatieve reacties gehad maar mochten ze komen dan doen ze niets af aan mijn identiteit. Stigma en onbegrip zeggen niets meer over mij maar wel heel veel over de persoon die het uit.

Ik heb nog steeds dagelijks te maken met de gevolgen van mijn kwetsbaarheid maar ziek voel ik me al lang niet meer. Ik let op wat ik eet, doe aan sport en zorg voor voldoende ontspanning. Ik blijf mezelf ook prikkelen om me verder te ontplooien en mijn grenzen op te zoeken. Dat hoort ook bij ervaringsdeskundigheid, weten hoe het is om over je angst heen te stappen. Gelukkig ben ik niet bang meer voor een terugval. Het kan gebeuren, morgen of over vijf jaar, maar die kennis houd me ook weer scherp. Het herinnert me eraan dat ik van alle goede momenten moet genieten en dat doe ik volop. Met de kennis en ervaring die ik nu heb weet ik dat een terugval niet het einde betekent van mijn herstel. Herstel blijft een proces dat voor mij en vele anderen niet lineair verloopt maar wel een proces dat ik aankan.

 


 

FB_IMG_1452521763929

Ik ben Romana Slagboom, 32 jaar, getrouwd, mama van een tweejarige dochter en ervaringswerker met een bipolaire stoornis. Ook ben ik initiatiefneemster van stichting Te Gek, een stichting die zich inzet voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.

Herstel, bestaat dat?

Tekst: Luc Vercauteren

Zelf ben ik hersteld. “Herstellen, wat is dat?”, heb ik vaak gedacht. Voor mij kwam dat antwoord pas toen ik hersteld was. Herstellen van een psychische aandoening laat zich niet in één zin omschrijven. Het is voor ieder een uniek en persoonlijk proces en reikt over de grenzen van een psychische aandoening heen naar een volwaardig leven. Herstellen van klachten van een psychische aandoening -van een psychose, van een angststoornis, van een eetstoornis, van een depressie- is vaak niet voorstelbaar als je last van psychische klachten hebt. De hoop ontbreekt dan vaak. Hoop is dan ook een belangrijk onderdeel van herstellen. Het is het begin van herstellen. Zonder hoop kan herstel niet worden ingezet. Herstel is niet gelijk aan het genezen van een stoornis. Het is het vinden van een weg om te leren omgaan met je kwetsbaarheden. Je bent hersteld op het moment dat je niet meer wilt veranderen, dat je omarmt wie je bent met al je kwetsbaarheden. Dat het goed is zoals het is. Herstel gaat niet vanzelf ook al denk ik dat het vooral een onbewust proces is. Herstel is het weer aanwezig zijn van een verbinding met jezelf. Verbinding met anderen. Het weer kunnen beleven. Het weer kunnen voelen en het weer kunnen voelen van liefde.

Samenvattend is herstel een proces waarin ruimte is voor hoop en wat leidt tot het ontdekken van een nieuwe zinvolle betekenis in het leven ondanks de beperkingen van een psychische aandoening.


Luc

Mijn naam is Luc Vercauteren. Door Petra ben ik uitgenodigd om een gastblog te schrijven voor haar website. Nu schrijf ik al zo af en toe voor de website psychosenet.nl. Ik schrijf daar over mijn bipolaire aandoening en hoe ik deze ziekte ervaar.

Je kunt meer over mij en m’n bipolaire aandoening lezen in de volgende blogs:
Omgaan met iemand met een depressie
Bipolaire stoornis en acceptatie

Over mijn nabije toekomstplannen verwijs ik je graag door naar mijn website: www.maastricht-teheran.nl

Het is heel klein, maar eigenlijk heel groot

Tekst: Mischa van Bendegem
Foto: Open Gallery


Drie jaar geleden was ik bezig met mijn afstudeeronderzoek voor de opleiding Master Advanced Nursing Practice. Het onderzoek dat ik had gekozen, richtte zich op ervaringen met de Lifechartmethode van mensen die een bipolaire stoornis hebben. Ik wilde graag onderzoeken wat de ervaringen waren omdat ik er in de praktijk tegen aanliep dat veel mensen het niet volhielden om de lifechart bij te houden. Ik had wel geleerd dat het helpend was om beter om te leren gaan met de stemmingsklachten. Onderzoek naar ervaringen was nog niet eerder gedaan. Ik heb 14 mensen geïnterviewd, die met mij hebben gedeeld wat het betekent om dagelijks bij te ‘moeten’ houden hoe ze zich voelden, hoe ze functioneerden en welke gebeurtenissen hier impact op hadden etcetera. In het eerste interview zei de geïnterviewde dat ze blij was dat er onderzoek gedaan werd naar de ervaringen met het bijhouden van deze methode. Ze hoopte dat dan ook duidelijk zou worden voor anderen, zoals naastbetrokkenen en hulpverleners, welke impact het bijhouden van het boekje kan hebben. Ze zei:”Want het is heel klein, maar eigenlijk heel groot”.

Lijn

Door de interviews is mij pas écht duidelijk geworden welke impact niet alleen het werken met de Lifechartmethode heeft, maar zeker ook wat voor invloed de stemmingsklachten zelf hebben op iemands leven en identiteit. Er is een bewustwordingsproces op gang gebracht. En door te luisteren naar de verhalen is mijn identiteit als hulpverlener ook veranderd. Ik probeer beter te luisteren naar de ander en ben me meer bewust van de impact van de diagnose en de invloed van de stoornis op het dagelijks leven. Maar ook begrijp ik de soms voortdurende confrontatie met je aandoening door het bijhouden van het boekje en hoe moeilijk het is om je dromen en verwachtingen bij te stellen. Maar ik leerde ook de kracht kennen van mensen en waar ze hoop uit putten. Ik volg meer het proces van de ander zonder direct in oplossingen te denken. Ik hoop dat ik de kennis die ik heb opgedaan over kan brengen naar andere hulpverleners en dat het zal leiden tot aanbevelingen die de behandeling en begeleiding zullen verbeteren.

“Wat ik door zou willen geven is dat je als hulpverlener moet beseffen dat het moment van aanbieden van de lifechartmethode cruciaal is.”

Volg niet, zoals ik destijds wel deed, blindelings de aanbeveling van de richtlijn dat al aan het begin van de behandeling direct met deze methode begonnen moet worden. Heb oog voor het proces van degene die tegenover je zit. Is diegene er al klaar voor of moet de diagnose en wat het hebben van een bipolaire stoornis betekent eerst nog een plek krijgen? Want als iemand er niet aan toe is, is de motivatie om met de lifechart te werken vaak niet aanwezig. Het lukt dan ook niet om dit vol te houden. Ze vullen de lifechart bijvoorbeeld in voor de hulpverlener omdat ze drang ervaren of om niet het gevoel te willen geven dat ze niet aan hun herstel willen werken.

Wat mij erg heeft aangegrepen, was dat één geïnterviewde aangaf dat hulpverleners soms ook de illusie wekken dat als zij maar haar boekje invulde, haar medicatie nam en een ritme aanhield, er dan geen stemmingsepisode meer op zou treden. Zij voelde het echt zo dat als ze dus wél klachten had “dit haar eigen schuld” zou zijn. Hier was ze erg boos en verdrietig over.

“Wees je bewust dat het meer is dan alleen maar bijhouden van een boekje.”

Als het je lukt als hulpverlener om aan te sluiten bij dit proces van de ander is de kans dat iemand er op een later moment mee aan de slag gaat groot. Want vrijwel alle geïnterviewde van het onderzoek konden de meerwaarde van de lifechartmethode wel onderstrepen. Dus het is zeker de moeite waard!

In de nieuwe Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen (2015) is deze aanbeveling ook opgenomen. Dit geldt trouwens ook voor het moment waarop gestart wordt met het opstellen van een signaleringsplan. Als mensen gaan starten met het bijhouden van de lifechart is het ook helpend om goed uitleg te geven over hoe het werkt. Men wil graag goede uitleg en begeleiding. Zeker bij de start van het invullen van de lifechart. Het is best ingewikkeld om stemming en functioneren te scoren met cijfers of in een grafiek. “Hoe worden het mijn herkenningspunten?”. Men wil het graag samen met de hulpverlener op maat maken. De maat die bij hen past zodat ze zich erin kunnen herkennen. Deze samenwerking geeft alle partijen inzicht in wat voor deze persoon de eerste signalen zijn van een stemmingsepisode en hoe ook, het liefst samen met iemands naastbetrokkenen, te onderzoeken wat wanneer helpt om een terugval te voorkomen.

Het is helpend om met de hulpverlening in gesprek te kunnen gaan over het wanneer wel of niet bijhouden van de lifechart. Eén van de sleutelwoorden bij het benoemen van de impact van het dagelijks invullen van de lifechart was: confrontatie. Men wil niet altijd elke dag geconfronteerd worden met het ‘ziek’ zijn of bang moeten zijn dat er een terugval komt. Bespreek dus samen wanneer het bijhouden van de lifechart meerwaarde voor iemand kan hebben? Veel van de geïnterviewde gaven aan de lifechart met periodes in te vullen. Als ze merkten dat ze meer instabiel waren, medicatieverandering hadden of iets dergelijks. Dit vergroot de motivatie om de lifechartmethode te gebruiken als het helpend is.


Mischa

Mischa van Bendegem (1964) is Verpleegkundig Specialist binnen Centrum voor Bipolaire Stoornissen van Mediant Enschede. Ze is mede-auteur van de onlangs verschenen Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen (2015). De resultaten zijn verwerkt in deze richtlijn. Haar onderzoek naar ervaringen van patiënten met een bipolaire stoornis met de Lifechartmethode is vertaald en gepubliceerd. 

bipolog Verder is ze de bedenker en mede- ontwikkelaar van de BiPoLog (BiPolair Logboek). Een app voor het bijhouden van een lifechart/ stemmingsdagboek.

 

Dood en troebel water wordt levend

Tekst en foto’s: Emmy van den Heuvel

Alles wat levend en sprankelend was, stroomde uit me weg als water tussen mijn vingers. Het plasje dat uiteindelijk overbleef was doods en troebel. In uitgewrongen en voor mij uitzichtloze toestand, volgde de opname. De hel op aarde en deze keer wist ik zeker dat het nooit meer over zou gaan.

En toch, heel langzaam, knapte ik weer wat op. Het lukte om af en toe een wandeling te maken en het eten begon me weer een beetje te smaken. Het grootste geschenk was dat ik weer ‘houden van’ kon voelen. Vooral met betrekking tot mijn twee prachtige zonen.


Het dood-van-binnen-zijn heeft plaatsgemaakt voor een warm kloppend hart

20140808_134310Dit hart heb ik gemaakt tijdens een opname. De inktzwarte golven van de depressie ben ik weer te boven gekomen. Die duiding kwam overigens pas toen ik weer thuis was. Tijdens het bezig zijn was ik zonder gedachten, wat trouwens een heel prettige kant is van het werken met speksteen! Je volgt als het ware waar de steen je brengt. Onverwacht kan er zomaar een stuk afbreken waardoor je niet anders kan dan in die richting meebewegen. Het werken met speksteen heeft mij letterlijk en figuurlijk geleerd om los te laten en me over te geven aan wat er op dat moment is.


Maar de hypomane adder lag op me te wachten onder het gras. Deze keer trapte ik er niet in. Slaappillen en een rustige agenda hebben ervoor gezorgd dat ik niet de hemel invloog. Terug in balans maakte ik de balans op, zowel letterlijk als figuurlijk. Kan ik mijn geld weer verdienen met het begeleiden van uitvaarten? Nee, dat was immers een van de triggers waardoor ik in de depressie was gekomen. Te groot verdriet zien en teveel stress ervaren, het is niet goed voor me, ik moet afscheid nemen van dit prachtige werk. Maar wat dan? Hoe zorg ik voor inkomen op een manier waar ik eveneens gelukkig van word?

Het is me godzijdank gelukt om niet weer te verzanden in gepieker. En ik wist het. Ik wilde iets doen met mijn ervaringen in de psychiatrie. Op zoek naar mogelijkheden kwam ik de module ‘Trainersvaardigheden’ tegen die gegeven werd op de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Ik zag op tegen de afstand, Amsterdam – Eindhoven is niet niks. Maar waar ik me vooral zorgen over maakte is of ik het nog wel zou kunnen: studeren. Stof in je opnemen, concentratievermogen…het was er sinds de depressie niet beter op geworden. Durf ik wel in deze diepte te springen?

Wat bleek? Het diepe was zo diep niet! Het was een feest om met anderen die, ieder op hun eigen wijze, ook ervaring binnen de psychiatrie hadden ervaringen te delen. Om met elkaar te kijken en te leren hoe je deze ervaringen om kan zetten naar instrumenten die van waarde zijn voor hulpverleners bij hun herstelondersteunend werken. Ik kon mijn stage volgen dichtbij huis en haalde het certificaat. Ik kon op mijn stageplek aan de slag, maar zou dan wel ZZP’er moeten worden. Dat zorgde even voor een ‘help-help’gevoel. Hoe doe ik dat? Eerst maar naar een informatieavond van de Kamer van Koophandel en daar trof ik ook de glazenwasser die voor zichzelf ging beginnen. Als hij het kan, kan ik het ook dacht ik.

Het is gelukt. Op mijn 53ste ben ik begonnen als ZZP’er. Nu, zeven jaar later, werk ik in die hoedanigheid op diverse plekken. Binnen de GGZ en het Leger des Heils geef ik trainingen rondom herstel en herstelondersteuning. Ik geef ook gastlessen over bejegening bij verpleegkundigen in opleiding, politie, WMO-loketten en apothekersassistenten.

In de hel van de depressie had ik nooit kunnen vermoeden dat ik dit ooit zou gaan doen. Dat ik überhaupt nog maar íets zou kunnen doen. Als ik terugkijk zie ik dat alles wat ik ooit eerder heb gedaan, zoals het uitvaartwerk, nu bij elkaar komt. Alles gaat over contact, afstemmen op de ander, bruggen slaan en verbinding houden. Dit doet er toe en geeft me voldoening. Natuurlijk is het soms moeilijk, natuurlijk zorgt het weleens voor gepieker, maar dat hoort ook bij ‘mensenwerk’.

Nog steeds kan het mij verwonderen dat ik vanuit een totale hopeloosheid nu hier ben gekomen. Het leert mij dat een dood en troebel plasje water weer levend kan worden. En dat er altijd hoop is, ook al ben je zelf tijdelijk alle hoop verloren.


30 mei 2012

Iets over mijzelf…

Karaktertrekken: eigenwijs, humoristisch, betrokken.
Leeftijd: 59 van buiten, jong van binnen.
Talent: beeldhouwen, schrijven én het bipolaire talent.
Moeder van: Roland en Lennart, de twee mooiste en liefste zonen van het noordelijk halfrond.
Oma van: Yindi, een prachtkind waar ik altijd vrolijk van word. En ze houdt me in het ‘nu’.

Beter in balans

Tekst en foto’s: Caroline Gerfin

In mijn visie gaat het over symptomen zoals depressiviteit, wanen, psychoses en andere ‘klachten’. Diagnoses en medicatie zijn door de Westerse wetenschap verzonnen dingen. Ik begrijp wel dat labels en behandelingen deels met goede bedoelingen ontwikkeld zijn, maar in de nabije toekomst zal dat veranderen. Dan is de DSM hopeloos ouderwets en zal de geestelijke gezondheid gaan over mensen die soms hulp behoeven waarbij we kijken naar de gehele mens en zijn/haar omgeving, netwerken, wensen, dromen en ervaringen.

Als er sprake is van een disbalans is dat niet een kwestie van ‘een disbalans in de stofjes in de hersenen’. Die kan er wel zijn maar is op vele manieren te repareren. Er zijn betere manieren dan medicatie. Pillen die 25 dingen in je hersens veranderen waar maar een of twee veranderingen nodig zijn. De kennis over neuronen, zenuwen, hersenwerking is zeer beperkt. Ik denk dat de wij nog geen 10% weten van wat er te weten valt.

IMG_0832

Dat er in alle tijden en culturen mensen met symptomen van waan, depressie, angst en psychose waren, mag duidelijk zijn. Wel zijn er grote verschillen in hoe die mensen toen leefden. Hoe ze ‘gezien’ werden, hangt samen met de cultuur, plaats en tijd. We kennen in Europa in de vorige eeuwen het fenomeen ‘de dorpsgek’: een getolereerd persoon met bijvoorbeeld een muziekinstrument of een bepaalde taak bij de bakker. Een persoon die meestal werd verzorgd. Of verstoten, als de plaatselijke bisschop het voorstond. Ik heb het over de tijd dat opsluiten in psychiatrische instellingen nog geen issue was.

Gaan we verder terug, dan komen we in de tijd dat ‘rare mensen’ een nog veel specifiekere en meer gewaardeerde rol speelden. Als je kon uittreden, kon je met geesten spreken, helen of andere hoog gewaardeerde taken verrichten. Als je depressief was dan was dat waarschijnlijk omdat je energie in rap tempo was opgeraakt door je contact met geesten. Als je depressief was, had je wellicht de taak om ideeën uit te werken. Omdat je angstig was aangelegd kon je gevaren inschatten. Waar veranderde dit? Dat is per land en tijd verschillend, maar ik meen een grote verandering te bespeuren in de tijd van de industriële revolutie. Toen 90% van de mensen nog boer was of een ambachtelijk beroep had, we spreken dus over ongeveer tot 250 jaar geleden, waren we met de seizoenen aan het leven. We konden niet anders. In Noord-Europa zag dat er waarschijnlijk zo uit:

De schapen wierpen in april, de oogst moest eind van de zomer van het land. In de winter moest het vooral warm gehouden worden, werden er groenten ingemaakt en werd er textiel en gereedschap gemaakt of hersteld. Naast de seizoenen-cyclus kent de vrouw een eigen cyclus, die van de maandstonden. In Afrika waren er stammen waar vrouwen die ongesteld waren, die week met elkaar doorbrachten en bijvoorbeeld niet mochten koken voor de anderen. In die week zouden ze, in meest optimale zin, elkaar masseren, kregen ze eten van de ouderen, hoefden ze alleen voor de allerkleinsten te zorgen, maakte ze muziek en vertelde ze verhalen. In de weken erna konden ze weer presteren en produceren en als ze in hun vruchtbare dagen waren, hadden ze weer andere krachten.

IMG_0887

Zelf merk ik dat ik me veel beter voel als ik luister naar wat de maandcyclus en de seizoenen aangeven om te doen; klussen, cocoonen, er op uit, tekenen, koken. Als ik doe wat goed voelt in die fase, gaat het mij ook beter af en krijg ik minder vaak depressies of psychoses. Ik ken een onderzoek (jaren ‘90) waarin vijf mannen van in de 50 die al jaren in dezelfde fabriek werkten ieder één dag per week in een buurthuis mochten werken. Met z’n vijven deelden ze dus een fulltime baan in het buurthuis en gingen ze nog maar vier dagen per week naar de fabriek. Dit onderzoek liep een jaar. Het was een groot succes. Alle partijen tevreden en de mannen voelden zich stukken beter. Helaas werd de proef niet bestendigd of elders geïnitieerd.

Waar ik heen wil mag duidelijk zijn: gevoelige mensen (ik vermoed eigenlijk álle mensen) zouden erbij gebaat zijn om meer met de seizoenen en de eigen cyclus te leven. Zeer gevoelige mensen met stemmingswisselingen en/of extreme stemmingen, zouden meer de mogelijkheid moeten hebben om hun kwaliteiten in te zetten als ze daar toe in staat zijn en zorg moeten krijgen in de perioden dat dit nodig is.

Een stuk verder weg van onze cultuur met de industriële revolutie en zijn gevolgen, is de inzet van gevoelige mensen als heler of ziener. We kennen allemaal voorbeelden zoals: de medicijnman of -vrouw, de trance. En we beseffen dat ofwel drugs, ofwel een makkelijk zwevende geest (of allebei) hiervoor gebruikt kunnen worden. We kunnen een trance-reis afdoen als iets mafs dat onderontwikkelde mensen doen maar dan vergeten we dat we zelf soms via dromen inzichten of boodschappen ontvangen. Of dat we vanuit creatieve processen grote hoogten bereiken. Wie is er nu gek?


Caroline

Hallo, ik ben Caroline Gerfin (51) en moeder van twee zonen. Stemmingswisselingen begonnen bij mij toen ik bijna 17 was en werden heviger en langduriger na een vervelende gebeurtenis toen ik 18 was. Sinds m’n 29e heb ik de diagnose bipolaire stoornis en tussen mijn 22e en 50e ben ik zes keer opgenomen geweest. Ik heb zeven psychoses gehad en de depressies kan ik al niet meer tellen. Ervaring met medicatie heb ik ook. Ik heb heel wat uitgeprobeerd maar vaak niet lang. Met name Lithium gaf zoveel bijwerkingen en psychoses ‘knalden erdoorheen’. Na anderhalf jaar heb ik het afgebouwd en acht jaar later waren de bijwerkingen (trage schildklier, B12- en ijzeropnameproblemen) zo goed als weg.

Inmiddels ben ik al negen jaar niet meer psychotisch geweest. Ik heb nog wel depressies, drie per jaar. Zou ik mezelf nu labelen dan is dat depressie-gevoeligheid. Momenteel heb ik één dag per week betaald werk als assistent houten muziekinstrumentenbouwer en ben ik vrijwilliger bij Ervaringswijzer en Stichting De Nieuwe Erven. Tevens coach ik mensen met psychische gevoeligheden en werk ik mee aan de Mad-Pride Amsterdam die waarschijnlijk in 2016 gaat plaatsvinden en ik volg Psychosenet, diverse LinkedIngroepen en natuurlijk Petraetcetera.

Hoe je angsten kunt overwinnen op weg naar herstel

Tekst: Petra d’Huy
Foto: Neofragma

tralies

Nadat ik ontslag had genomen vanwege burn-out klachten volgde mijn eerste psychose. Ik legde de lat altijd erg hoog en was zeer kritisch naar mezelf. Ik zocht op dat moment de oorzaak van mijn ‘falen’ ook bij mijzelf. Niet wetende dat ik psychisch ziek was en onwetend over wat mij later zou overkomen.

Achteraf gezien had ik me natuurlijk gewoon ziek moeten melden maar ik wilde compleet van al mijn stress af. Ik wilde rust. Ongeveer vier maanden na mijn laatste werkdag ging het fout.

“Ik verloor vanuit een manie de grip op de werkelijkheid.”

Ik sliep haast niet en midden in de nacht zat ik compleet helder beneden op de bank hele theorieën in mijn dagboek te schrijven. In psychotische toestand ben ik in de auto gestapt en naar mijn ouders gereden, die 160 km verderop woonden. Zij merkte al snel op dat het foute boel was en hebben de huisarts gebeld. Hij kwam direct langs om mij na een korte observatie een haldolinjectie te geven. Op dat moment was ik ontzettend bang en kon alleen maar denken aan de euthanasie van mijn opa, waar ik als 17-jarig meisje zelf bij was. Ik keek de huisarts aan en was ervan overtuigd dat mij hetzelfde gebeurde. Met veel angstgevoelens heb ik op dat ogenblik mijn leven bewust losgelaten.

Bang dat de gekte in mijn hoofd niet meer zou stoppen en ik geen uitweg meer zou vinden, zie ik mijzelf een jaar later weer terug tijdens mijn tweede psychose.

Lees verder…