Laat het touw maar vieren

Mijn zoon en ik lijken erg op elkaar. Ja, we hebben dezelfde vorm ogen. Maar dat is slechts de buitenkant. Dat bedoel ik niet. Ik heb het over de binnenkant. En dat is iets waar ik mij lange tijd teveel zorgen over heb gemaakt.

Mijn filter is niet sterk of ik kan beter zeggen niet stabiel. Ik moet altijd oppassen dat ik niet teveel of te weinig prikkels binnen krijg. Even kort door de bocht, zijn het er te weinig dan word ik depressief, zijn het er teveel dan word ik manisch. Ik moet mij dan afzonderen in een prikkelarme omgeving, alleen, zonder gesprekken en mèt medicatie. Gebeurt dit niet dan wordt de chaos in mijn hoofd steeds erger, alsof ik in een achtbaan zit die niet meer stopt, en op ten duur doordat ik geestelijke vermoeid ben, worden mijn gedachten beangstigend waardoor er een kans is dat ik uiteindelijk psychotisch word. Het lijkt dan alsof je hersenpan helemaal openstaat voor alle energie vanuit het universum. Ik voel mij niet meer beschermd. De “waarom-gedachten” over grote levensvragen als het leven en de dood blijven binnenstromen. Vragen waar niemand het antwoord op weet maar ik denk op dat moment van wel. Een spirituele ervaring die mij niet alleen veel heeft gekost maar ook veel heeft gegeven. Verdieping. De laatste keer dat ik in een psychose belandde, was in 2003. Door ervaring heb ik steeds beter geleerd hoe ik met mijn kwetsbaarheid moet omgaan. Ik heb geleerd om de eerste symptomen te herkennen en daar op in te springen. Hierdoor is mijn angst ook grotendeels weggenomen en ben ik niet meer zo bang om mijzelf weer te verliezen. Ik heb meer vertrouwen in mijzelf doordat ik weet hoe ik voor mijzelf kan zorgen.

Mijn zoon is acht jaar en weet nog niet hoe hij voor zichzelf moet zorgen. Het is mijn taak als ouder om hem dit te leren door hem te coachen in de dingen die hij doet en het touw steeds weer een klein beetje te laten vieren en hem zo langzaam los te laten. En bij het ene kind gaat dit wat makkelijker dan bij de ander. Mijn zoon is erg gevoelig en heeft moeite met het reguleren van zijn emoties en gedachten. Bij hem komen ook vaak teveel prikkels binnen. Hij heeft naast ADHD, de diagnose McDD. In het Nederlands betekent dit een meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis. Deze stoornis wordt beschouwd als een variant van bepaalde autistische stoornissen. Whatever! Het komt er op neer dat hij erg gevoelig, veel angstig, gespannen en onzeker is wat zich, volgens mij, uit in druk gedrag. Persoonlijk zie ik deze aandoeningen niet zo als een ‘ziekte’ maar meer als een ongecontroleerbare uiting van emoties en energie in een tijd waar je geest overspoeld wordt met prikkels en voor jou nog onbekende signalen vanuit je lichaam. Een evolutionair proces en een uitdaging voor de mensheid om daar mee om te gaan. Tegenwoordig zijn deze ‘ziekten’ goed onder bedwang te houden met medicatie maar ik denk dat we samen de wereld om eens heen eens goed onder de loep moeten nemen. Er moet naast kennis (IQ) meer ruimte komen voor het gevoel (EQ). Hoe ga jij om met de emoties van jezelf en van anderen?

Ik vond het als bipolaire moeder erg moeilijk om te gaan met mijn gevoelige en drukke zoon. De rust in mijn gezin was vaak ver te zoeken. Ik zag het als mijn taak om de rust in huis te bewaren en daarom liep ik constant op mijn tenen. Ik wilde mijn zoon beschermen tegen prikkels wat uiteindelijk tegendraads werkte. Keer op keer als mijn zoon stond te vloeken en te schelden omdat iets niet lukte bijvoorbeeld een potloodpunt die bij het schrijven steeds brak of een glas melk die op de grond belandde, probeerde ik hem gerust te stellen maar daardoor werd zijn drukte vaak erger. Ik gaf hem daardoor nog meer prikkels om op te reageren. Blijkbaar hoorde hij niet alleen mijn woorden maar voelde hij ook mijn onrust. Ik betrapte mij er ook op dat ik zelf vaak te gespannen op mijn zoon reageerde als hij iets aan het doen was. Ik riep zijn naam al voordat er iets mis ging. “Pas op! Kijk uit!” Ik merkte dat mijn zoon daar erg onzeker van werd. Zeker door mijn harde stem raakte hij angstig. Je kan het ook zien als constante negatief affirmeren. Je hoort je naam en je denkt ‘Wat heb ik nu weer gedaan?” Ik kan mij nu voorstellen dat hij daar erg angstig en onzeker van werd. Nu probeer ik mijn woorden in te houden als hij ergens mee bezig is en als er iets valt niet overdreven te reageren maar rustig te blijven. Zo krijgt hij een positiever zelfbeeld. Doordat ik merkte dat juist het loslaten heel goed werkte en hij meer zelfvertrouwen kreeg, kon ik hem ook meer vertrouwen geven. Ik liet hem zelf op zijn fiets een boodschapje doen bij de winkel en alleen naar opa en oma fietsen een dorpje 4 km verderop. Natuurlijk reden wij de eerste keer stiekem in de auto achter hem aan maar doordat wij hem meer vertrouwen gaven, leerde hij ook op zichzelf te vertrouwen. Hij was trots op zichzelf en wij zagen hem groeien.

touw

Doordat ik als moeder, minder ging bemoederen en het touw meer heb laten vieren, kwamen de kwaliteiten van mijn kind naar boven en dacht ik niet meer alleen aan zijn beperkingen.

Tip:
Medicijnen zijn een goed hulpmiddel om je psychische gevoeligheid in bedwang te houden maar ik denk dat de manier van hoe je in het leven staat en vooral hoe je over jezelf denkt niet onderschat moet worden. Vertrouwen in medicatie is goed maar je moet ook vertrouwen in jezelf!

Geloven in je oerkracht

Als ik ’s morgens wakker wordt, komt vaak alles op mijn af. Prikkels vanuit de omgeving verstoren direct mijn gedachten. “Er mag wel eens een stofzuiger door de slaapkamer. De ramen poetsen is ook geen overbodige luxe. En als ik dan toch bezig ben, kan ik de bedden ook verschonen.” Ik kijk uit het raam de tuin in en denk: “Wat een onkruid allemaal. En het gras moet ook gemaaid worden”. Snel trek ik de gordijnen dicht en loop zuchtend de zoldertrap af naar het kleine kamertje waar mijn kledingkast en de wasmand staat. “Nou, die mand zit ook wel erg vol. Zal ik gelijk maar een wasje doen?”. Ppffff, de dag is nog niet begonnen en ik ben al moe in mijn hoofd. Ik voel een enorme stress. Ik moet, ik moet, ik moet. Ook goedemorgen!

Het liefste zou ik willen dat mijn hele huis perfect schoon en opgeruimd is. Want dan heb ik rust in mijn hoofd. Teveel spullen in mijn omgeving maken mij onrustig. Een aanrecht waar ontbijtborden op staan, die eigenlijk in de vaatwasser moeten. Een trainingsjas van mijn zoon die nog over de bank hangt maar die nog op de kapstok gehangen moet worden. Schoolboeken die mijn dochter op de eettafel heeft laten liggen maar waar ik een speciale doos voor in de kast heb staan. Ik moet het allemaal opruimen voordat ik de rust kan nemen om aan mijn ontbijt te beginnen. Door jarenlang lithiumgebruik is mijn schildklier te traag en ben ik genoodzaakt om iedere ochtend 30 minuten voor mijn ontbijt thyrax in te nemen dus direct ontbijten is toch al geen optie. Maar het zou fijn zijn, als ik met een opgeruimd hoofd rustig de dag zou kunnen beginnen want deze negatieve spanning maakt mij depressief. Het gebeurt vaak genoeg dat ik na mijn eerste bak koffie van ellende op de bank belandt en weer in slaap val. Als ik slaap heb ik geen opgejaagde gevoelens van ‘moeten’. Ik bevind mij dan in een veilige droomwereld waar geen negatieve gedachten op mij afkomen maar als ik dit doe dan voel ik mij de rest van de dag niet optimaal. De beste remedie is daarom ook om, als mijn man en kinderen de deur uit zijn en na mijn eerste bak koffie, even afstand te nemen van mijn ‘onrustige’ omgeving.

Gelukkig hebben wij een hond die iedere ochtend uit moet. Een kleine, ruwharige dwergteckel die in huis weinig vuil en rommel maakt maar die toch om de nodige beweging vraagt. Omdat ik uit mijzelf niet zoveel kilometers maak, ik vind het ongezellig om alleen te wandelen, heb ik iedere week afgesproken met een sportieve vriendin. We wandelen en praten waardoor ik mijn hoofd leeg kan maken. Bewegen is naast haldol voor mij een ideaal medicijn om alles weer op een rijtje te krijgen. Gelukkig kan ik open met mijn meeste vrienden praten over mijn psychische gevoeligheid. Juist door eerlijk te zijn over mijn aandoening, kunnen anderen mij beter begrijpen en ook rekening met mij houden. Daarbij merk ik dat wij, als “psychiatrisch patiënt”, echt niet zoveel anders zijn. Wij zijn niet de enige met onze angsten en onzekerheden. Om rust te vinden pakken andere misschien een goed boek, gaan hardlopen, kijken een mooie film, nemen een bad etc. Ik heb daar iets meer voor nodig en neem een pilletje. So what?

Vanmorgen had ik een heel mooi gesprek met mijn vriendin. Het ging over angst. Ik ben vaak bang voor momenten die gaan komen waar ik zelf geen invloed op heb. Het moment dat ik bijvoorbeeld een dierbare verlies. Kan ik dan wel omgaan met mijn emoties, word ik niet psychotisch en zie ik geen uitweg meer? In gedachten ben ik mij soms al aan het voorbereiden op het verlies van bijvoorbeeld mijn ouders of mijn partner. Gewoon door het mij voor te stellen hoe het zou zijn zonder hen. Dat ik niet meer op ze kan terugvallen. Mijn man en ik zijn echt een eenheid. Een team. We vullen elkaar perfect aan. Eigenlijk zou ik de dingen die hij nu in en om het huis doet zelf moeten doen. Zoals bijvoorbeeld de olie bijvullen van de auto of een schilderij ophangen zodat ik daarin zelfstandiger word. Het zou mij ook zekerder van mijzelf maken, als ik deze klusjes zelf zou klaren. Toevallig komt mijn dochter net thuis en zegt dat ze een lekke band heeft. “Wacht maar tot papa thuis is”, denk ik dan gemakzuchtig. “Mijn tijd komt nog wel”.

Mijn wandelmaatje gelooft in onze oerkracht. We zijn vaak sterker dan we zelf denken. Het is de gedachten over een gebeurtenis die je angstig maken, vaak niet de gebeurtenis zelf. Daar kom je wel doorheen met behulp van je eigen oerkracht. Net zoals tijdens de geboorte van je eerste kind. Er overvalt je dan een bepaalde kracht die je helpt om door het proces te komen. Om te overleven. Je moet vertrouwen hebben in jezelf. Ze zegt: “Ik geloof niet dat jij het weer zover laat komen. Jij hebt toch ook geleerd om een extra pilletje te nemen omdat je dat nodig hebt. Dat is toch ook overleven?”.

elephant-590020_640

We hebben fijn gewandeld en ik voel mij rustiger in mijn hoofd. Ze heeft gelijk. Ik moet niet bang zijn dat de geschiedenis zich zal herhalen. Ik heb veel geleerd van mijn episodes en weet zelf als de beste wat ik nodig heb. Dit alles heb ik ook opgeschreven in mijn noodplan. En mijn oerkracht zal mij helpen!

Tip:
Wil jij ook zekerder van jezelf worden? Houd de regie in eigen handen en beschrijf, in overleg met je behandelaar, hoe jij (mocht het zover komen) behandeld wilt worden als je zelf niet meer in staat bent om hierover helder na te denken. Beschrijf je positieve en negatieve ervaringen in een crisis- of noodplan en laat het document ondertekenen door je behandelaar. Welke activiteiten en/of medicijnen helpen jou?

Klik hier voor een voorbeeld van een kort signaleringsplan.