Bipolaire stoornis en zwangerschap

Tekst: Anja Stevens

Het krijgen van een kind is voor de meeste vrouwen een vreugdevolle gebeurtenis. Vrouwen met een bipolaire stoornis hebben echter veel vragen als ze een kinderwens hebben, zoals: wat is de kans dat mijn kindje ook een bipolaire stoornis krijgt, wat is de invloed van de zwangerschap op de bipolaire stoornis en kunnen de medicijnen kwaad voor het kindje als ik ze zou moeten blijven gebruiken tijdens de zwangerschap, en hoe zit het in kraambedperiode?

Als je een bipolaire stoornis hebt en een kinderwens, dan kun je dit het best met je behandelaar bespreken. De keuze om wel of niet zwanger te worden is natuurlijk van jou en je partner, je behandelaar kan deze keuze natuurlijk niet voor je maken. Hij kan je wel informatie geven en de voor- en nadelen van bijvoorbeeld het blijven gebruiken van medicatie tijdens de zwangerschap met je afwegen en je helpen met het opstellen van een zwangerschapsplan. Je behandelaar zou je ook kunnen verwijzen naar een psychiater die meer van dit onderwerp weet. Kijk bijvoorbeeld op de website van het Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap (www.lkpz.nl) voor een behandelaar bij jou in de buurt.

Wat zijn nu zoal de risico’s?
Je kindje kan later zelf een bipolaire stoornis ontwikkelen doordat hij de kwetsbaarheid om een bipolaire stoornis “erft”.  Die kans is groter als er bij jou in de familie meer mensen zijn met een bipolaire stoornis en nog groter als er ook in de familie van je man mensen zijn met een bipolaire stoornis. Er wordt gezegd dat de kans dat je kindje een bipolaire stoornis zou krijgen zo’n 10% is, dat is tienmaal zo hoog als bij kinderen van wie geen van de ouders een bipolaire stoornis heeft. Ook is er het risico dat je kindje later een depressieve stoornis krijgt, die kans is tweemaal zo hoog als bij kinderen van ouders zonder bipolaire stoornis. Als je preciezer zou willen weten hoe groot de kans is dat je kindje een bipolaire stoornis gaat ontwikkelen, dan zou je verwezen kunnen worden naar een klinisch geneticus (een specialist op het gebied van erfelijkheid), deze kan het risico goed proberen in te schatten aan de hand van psychische problemen in jouw familie en in de familie van je partner.

Er is heel lang gedacht dat een zwangerschap beschermt tegen het optreden van een manische of depressieve episode tijdens de zwangerschap, maar dat blijkt een mythe te zijn. Er is nog onvoldoende onderzoek gedaan om hier met zekerheid iets over te zeggen, maar dat zwangerschap zou beschermen lijkt toch niet te kloppen.

Wel is uit meerdere onderzoeken bekend dat als je de medicijnen zou stoppen tijdens de zwangerschap je een grotere kans hebt op een depressie of manie dan wanneer je de medicijnen zou blijven gebruiken. Het is goed om met je behandelaar de  voor- en nadelen van medicijngebruik tijdens de zwangerschap te bespreken.

pregnancy-775041_640

Voordelen van medicijngebruik is dat de kans op de manie of depressie kleiner is en daarmee ook de kans op slechte zelfverzorging of uitputting van de moeder. Ook wordt steeds meer bekend dat het hebben van een manie of depressie tijdens de zwangerschap het ongeboren kindje ook stress geeft en dat is niet goed voor de ontwikkeling van het kindje.

Nadelen van medicijngebruik tijdens de zwangerschap zijn dat je je als moeder misschien schuldig zou voelen als er zich problemen voordoen bij je (ongeboren) kindje. Ook zijn er meer medische controles nodig, denk aan eventueel extra prenataal onderzoek en extra spiegelcontroles. Voor het kindje is er het risico van aangeboren aandoeningen veroorzaakt door de medicijnen en het risico van problemen rondom de bevallig, zoals onttrekkingsverschijnselen. Van sommige medicijnen is bekend dat ze ook langere termijn effect hebben als de moeder tijdens de zwangerschap deze medicijnen heeft gebruikt. Zo is bekend dat kinderen wiens moeder Depakine hebben gebruikt tijdens de zwangerschap een wat lager IQ hebben dan kinderen wiens moeder dit medicijn niet hebben gebruikt tijdens de zwangerschap.

Ook moet je al gaan nadenken over het wel of niet willen en kunnen geven van borstvoeding. In het algemeen wordt gezegd dat je beter geen borstvoeding kunt geven, omdat het heel belangrijk is dat je goed slaapt in de kraambedperiode. Dit vooral om een kraambedpsychose te voorkomen. Ook wordt geadviseerd om medicijnen te gebruiken om een kraambedpsychose te voorkomen. Als vrouwen er tijdens de zwangerschap voor kiezen om geen medicijnen te gebruiken, dan zal hen toch geadviseerd worden om na de bevalling wel medicijnen te gaan gebruiken ter preventie van het krijgen van een kraambedpsychose. Het is heel belangrijk dat moeders ’s nachts voldoende rust krijgen; je partner of iemand anders kan wel de fles geven, maar niet de borst.

“De partner van één van mijn patiënten schrok ineens op, toen hij zich realiseerde dat hij dus iedere nacht uit zijn bed moest.”

Rust en  regelmaat, niet te veel stress en voldoende slaap zijn belangrijk, zeker in de periode na de bevalling. Daarnaast is natuurlijk steun van een ieder in deze periode van belang.

Wat heel zinvol is, is om, samen met je behandelaar en partner,  een zwangerschapsplan op te stellen voor de periode vóór, tijdens en na de zwangerschap. In dit zwangerschapsplan kun je  o.a. opschrijven hoe te handelen bij decompensatie tijdens zwangerschap of in de periode na de bevalling. Ook kun je erin zetten, wie wanneer gebeld kan worden om je te steunen. Veel mensen vinden het erg prettig als alles overzichtelijk op één papier staat. We hebben gemerkt dat vrouwen (en hun partners) het ook heel plezierig vinden om ook dingen in dit plan te schrijven die niet direct met het hebben van een bipolaire stoornis te maken hebben, bijvoorbeels iets als wie mag er wel/niet bij de bevalling zijn.

“Het hebben van een zwangerschapsplan geeft voor veel mensen meer duidelijkheid en houvast en daardoor minder stress.”

Het is ook zinvol om het zwangerschapsplan te geven aan alle hulpverleners, die bij je betrokken zijn, zoals: huisarts, verloskundige, kraamhulp etc. zodat ieder weet wat afgesproken is.

Onderzoek
Omdat de kraambedpsychose een heel ernstig ziektebeeld is en er een relatie lijkt te bestaan tussen slecht slapen en een kraambedpsychose zijn we een onderzoek gestart naar de invloed van slaapverstoring tijdens de zwangerschap en rondom de bevalling op het krijgen van een kraambedpsychose. We zoeken nog steeds deelneemsters voor dit onderzoek, dus als je geïnteresseerd bent, bel of mail me gerust


anja-van roely

Anja Stevens is psychiater en hoofd van het  Centrum Bipolaire Stoornissen van Dimence. Zij doet onderzoek naar de invloed van slaapverstoring op het ontstaan van een kraambedpsychose en heeft samen met Fleur Schreurs het boekje “Verveemd van mezelf” geschreven, een boekje met ervaringsverhalen informatie over een kraambedpsychose. Klik hier om meer te lezen over haar onderzoek en om met Anja in contact te komen.

Advertenties

Ben niet gek, ben net moeder

Tekst: Manon Valken

Met 12 weken zwangerschap mogen wij ons melden bij onze verloskundige. Vandaag gaan we het onder andere hebben over onze medische voorgeschiedenis, zodat we ons kunnen voorbereiden op eventuele erfelijke aangeboren afwijkingen. Mijn man heeft op dat vlak wel het één en ander vanuit de familie te bespreken. Maar ik? Een infectie op mijn tweede, telt dat mee? Verder? Nee, ik heb niets te noemen. Ook weinig noemenswaardigheden in de familie. 

Wat een misser van mij dat ik de kraambedpsychose van mijn moeder inclusief opname en de bipolaire stoornis van mijn tante, waarop ik als twee druppels water lijk, niet noem. Daar hebben we geen woord over gerept.

“Wisten wij veel dat de kans op een kraambedpsychose aanzienlijk hoger is als dit soort psychische ziekten in je familie voorkomen.”

De symptomen van mijn kraambedpsychose waren niet misselijk. Na de bevalling van onze baby voelde ik me fantastisch, deed ik geen oog dicht en was ik hyperactief en volledig ontremd. Tussendoor had ik ook goede momenten. Als buitenstaander was het dan ook bijna niet te zien dat ik mezelf niet was. Maar mijn man heeft flink wat telefoontjes gepleegd naar hulpverleners om zijn zorgen te uiten. Hij werd gelukkig net op tijd gehoord, nadat ik begon te hallucineren en bizar stemmingswisselend werd.

baby

Het psychiatrisch centrum waar ik werd opgenomen, heeft ook een babykamer waar plek is voor de baby’s van zieke kraamvrouwen. In het begin van de opname mocht ik onder toezicht drie voedingen aan mijn zoontje geven. De rest van de dag verzorgden de verpleegkundigen hem. ’s Avonds kwam mijn man uit zijn werk bij ons op visite. Om acht uur namen de verpleegkundigen de verzorging van ons zoontje over en nooit lang daarna ging ik met een Lorazepam en later ook Zyprexa mijn bed in. Toen ik van de gesloten naar de open afdeling verhuisde, mocht ik van ’s morgens 8 tot ’s avonds 10 uur bij mijn kindje zijn.

Na 8 weken opname mocht ik weer naar huis. Ik was als een kind zo blij, maar ook zenuwachtig. Mijn man moest gewoon werken en ik was thuis om voor ons kindje te zorgen. Dat lukt me niet. Ik was te moe en had last van angsten en sombere gedachten. Het leek alsof dat met de week erger werd.

“Van mijn psychiater begreep ik dat kraambedpsychoses wel eens worden opgevolgd door een depressie.”

Ook ik was de ongelukkige. Het hoort bij het herstel. Voor de zekerheid kreeg ik een signaleringsplan voor als het weer mis zou gaan. Die dacht ik nooit meer nodig te hebben en daar hield ik mij aan vast. Dat was mijn hoop. Een misvatting.

Een half jaar later waren er twee sterfgevallen tegelijkertijd in de familie, maar mijn leven ging rustig verder…dacht ik. Stapje voor stapje werd ik drukker in mijn hoofd en in mijn gedrag. Toen mijn man mij daarop wees, luisterde ik niet. Daarop wist hij dat hij het contact met mij aan het verliezen was. Mijn opname zat echter nog vers in mijn geheugen en dat was reden genoeg om toch naar mijn huisarts te stappen en de hulpverlening weer op te pakken.

Twee manische periodes en een depressie binnen 16 maanden resulteerde in mijn diagnose bipolaire stoornis. Tijd om op de rem te trappen. Het zou toch best handig zijn als ik die eens wist te vinden. Nu lijkt het erop dat de Lithium een rem is die bijzonder goed werkt. Het is voor mij echter nog dagelijkse koek om de balans te vinden en behouden.


Manon_ValkenMijn naam is Manon Valken. Ik houd van avonturen aangaan met mijn peuter boef Joep, lekker eten, cafeïnevrije koffie, muziek luisteren (stiekem gekke dansjes doen) en fanatieke dingen doen zoals sport. Heel mijn leven ben ik al een stuiterbal geweest, maar vorig jaar ben ik op 25-jarige leeftijd gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en ADHD. Best onhandig als je net moeder bent geworden. Het geeft niet, want het heeft ook veel voordelen, maar ik heb soms toch wel wat last van hoge pieken en dalen. Door te schrijven lukt het mij om ze een plek te geven.

book_3d_299x500

Wat ik erg fijn vind om te doen is schrijven en vertellen over de ingewikkelde kwesties, die zelfs mijn superslimme psychiater niet altijd helemaal begrijpt. Het zou leuk zijn als mijn schrijfsels lotgenoten en hun familie kunnen helpen. Daarom is mijn verhaal te koop in boekvorm ‘Ben niet gek, ben net moeder’, verhaal over kraambedpsychose, depressie en herstel. Het boek is onder andere te bestellen via mijn website: www.manonvalken.nl

Alsof ik honderden kilo’s weeg

LINDA., april 2007

Artikel_Linda

Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn oudste, kreeg ik mijn tweede psychose. Ik had er al eerder een gehad, maar toen werd de diagnose manisch depressief nog niet gesteld: iedereen kan in zijn leven een keer psychotisch worden en dat betekent nog niet dat je de ziekte hebt. Die tweede keer zei de dokter tegen mijn man: “Het is kiezen tussen twee kwaden, door de medicijnen kan er iets met het kind gebeuren, maar als ze niks slikt gaat het zeker mis.” We kozen voor zo min mogelijk medicijnen.

Als ik psychotisch ben slaap ik niet, heb ik heel veel energie, kan ik alles aan en ben ik heel druk. Daarna volgt een diepe depressie. Dan wil ik niets meer. Mijn lijf voelt zwaar, alsof ik honderden kilo’s weeg. Toch wilde ik een tweede kind. Ik ben zelf enig kind en wilde graag een groot gezin. Voordat ik zwanger werd van mijn zoon zijn we overgegaan op lichtere medicijnen en tijdens de zwangerschap extra controles. Na de bevalling mocht ik twee weken langer in het ziekenhuis blijven om uit te rusten. Daarna kreeg ik hulp van de psychiatrische thuiszorg. En toch ging het niet helemaal goed. Ik had mijn gedachten slecht in de hand, ging weer aan de dood denken, moest zwaardere pillen.

Nu is mijn leven zo georganiseerd dat ik voldoende rust krijg. Ik doe samen met mijn zoontje een middagdutje en mijn dochter gaat overdag naar school. Natuurlijk heeft ze door dat er soms iets aan de hand is, maar ze is pas zes, ik kan nu nog niet uitleggen wat voor ziekte ik heb.”